Onze Producten
f2df563d0a0bca95bb8c001a31aa3438.png
d8c8382b2ae9a91554fbf3761f66ac3f.gif
6466bbddde7f19eb52732cfffcaab8f0.png
059de6ca9bd1a683b8bad715d43b4e01.jpg
RC Modelfreak Wolvega

Hoe werkt een Lipo Accu 

Verschil Brushed en Brushless motor

Wat is de Kv vs kracht van een brushless motor

 

Regeling modelvliegen Luchtverkeers regelement


Nieuws berichten KnVvl Over modelvliegen

Herroepingrecht

 

 




 

Hoe werkt een Imax lader 
Hoe stel ik een Nitro motor af
Het aanbrengen van bespanfolie

Het aanbrengen van bespanfolie

De meeste modelvliegtuigen worden heden ten dage bespannen met krimpfolie. De keuze uit kleur en tekening is enorm. Ook zijn er verschillende kwaliteiten voor verschillende toepassingen. Het aanbrengen van de folie vraagt enige kennis en ervaring. De onderstaande werkwijze is toegesneden op de veel gebruikte Oracover polyester folie en is in hoofdlijnen op meerdere fabricaten en typen toepasbaar. Aangeraden wordt echter om bij elke andere folie na te gaan of, met name de temperaturen, toepasbaar zijn. Veel succes!

1.     Het gereedschap
Om de bespanning te kunnen laten krimpen en de lijm te kunnen laten smelten is een folie strijkijzer of gewone strijkijzer met temperatuur instelling nodig. (Let op: gewone strijkijzers hebben een temperatuur die veel hoger kan dan de maximale temperatuur voor de folie. Stel de temperatuur dus eerst zo laag mogelijk in.) Verder zijn de volgende gereedschappen nodig:

Ø  Schaar
Ø  Stalen liniaal
Ø  Vilten aandrukplaatje
Ø  Zachte doek of keukenrol
Ø  Folieföhn of hete lucht föhn
Ø  Scalpeer mesje

Links: Het gereedschap voor het bespannen bestaat o.a. uit een folibout, een hete lucht fohn, een schaar en een scalpeer mesje. Midden: De ondergrond dient met een fijn schuurpapier glad geschuurd te worden. Rechts: Begonnen wordt met de onderkant met een kleine overmaat van de folie.

2.     Het voorbereiden van de oppervlakte
Een goede voorbewerking van het te bespannen oppervlak is van groot belang. Eerst moet het oppervlag grondig vlak geschuurd worden. Scheuren en deuken in het oppervlak moeten eerst opgevuld worden  met balsavuller of schuim. Vervolgens moet met fijnkorrelig schuurpapier, bij voorkeur op een schuurblok,  het oppervlak egaal worden glad geschuurd. Daarna moet met een stofzuiger, het handigst is een kleine hand stofzuiger, het stof grondig worden verwijderd. Indien de ondergrond goed schoon, stofvrij en egaal is, is een verdere behandeling niet strikt noodzakelijk. In geval van twijfel wordt een behandeling met spanlak of poriënvuller aangeraden of  kan ook een grondbehandeling plaat svinden met een speciaal hiervoor bestemd middel. (Balsafix-Folienhaftgrund van Graupner, Best.-Nr. 731). Om de hechtkracht te testen wordt een strip cellotape op de ondergrond geplakt. Als de strip weer gemakkelijk los laat en er aan de plakkant fijne houtdeeltjes kleven is een verdere ondergron
d behandeling zeker noodzakelijk.

3.     Temperatuurinstelling van de folie strijkbout
De speciale folie strijkboutjes (Profi  Iron van Graupner, Best./Nr. 1226) hebben een  maximale temperatuur die nauwelijks of geen schade aan de bespanning kan toebrengen. Indien een gewone strijkijzer wordt gebruikt moet deze minstens van een deugdelijke thermostaat zijn voorzien. Een oppervlakte thermometer is verder een nuttig hulpmiddel. (Micro-Infrarot-Thermometer van Graupner Best.-Nr. 1964 of de xxx van Multiplex). Met de temperatuurinstelling kan men zich naar de volgende temperatuurinstellingen richten:

A.    Lage temperatuur : 90°C. Bij deze temperatuur begint de plakkant aan balsahout te kleven.

B.    Gemiddelde temperatuur : 130°C. De temperatuur waarbij de folie aan de ondergrond blijft plakken.

C.    Hoge temperatuur: 150°C. De folie begint onregelmatig te krimpen. De temperatuur wordt nu te hoog.

Opm. Folies komen in verschillende kwaliteiten voor en bovenstaande temperaturen zijn daarom richtwaarden.  Om de juiste temperatuur te vinden wordt aangeraden om de zooltemperatuur van de bout met een infrarood thermometer te meten en enige proefstukjes te maken. In combinatie met bovengenoemde temperatuurmeters kan nauwkeurig voor elke soort folie worden bepaald welke temperatuur het beste resulaat oplevert (noteer de resultaten). Met deze afstemming kan een optimaal resultaat worden verkregen.

Om de juiste zooltemperatuur te kunnen gebruiken is het van belang om deze nauwkeurig te kunnen meten. Een contactloze infraraad thermometer is, zoals deze van Graupner Best.-Nr. 1964) hiervoor een zeer geschikt meetinstrument (links). Om het juiste krimpgedrag te kunnen controleren is het van belang om dit eerst met een stukje folie op de bout vaste stellen (midden). Moderne foliebouten hebben een nauwkeurige temperatuur instelling (rechts).

4.     Het bespannen van open constructies
Voor het bespannen van de onderkant van een vleugel wordt een stuk folie met een overmaat van ongeveer  2 cm uitgesneden.  Aan de vleugeltippen moet de overmaat circa 15 cm bedragen. Vervolgens wordt van dit stuk de dekfolie verwijderd. Een handige manier om een begin te maken is het aan beide kanten plakken van een stripje cellotape met vrije uiteinden. Trek de einden uit elkaar en de twee lagen splitsen vanzelf mee. Leg de folie met de gladde kant op een vlakke ondergrond en verwijder de deklaag met een gelijkmatige beweging. Nooit de folie van de deklaag verwijderen! Hierbij kunnen vouwen in de folie ontstaan die naderhand moeilijk of geheel niet meer te verwijderen zijn. Leg de folie daarna juist gepositioneerd met de plakzijde op de onderzijde van de vleugel.
De foliebout wordt nu op de lage temperatuur van  90°C ingesteld. Strijk vervolgens de folie eerst met een lichte druk op de vleugelwortel vast en vervolgens  aan de vleugelligger. Daarna komt het lastigste deel: de vleugeltip.  De folie wordt eerst lichtjes over de vleugeltip getrokken en gehecht. Afhankelijk van de vorm van de vleugeltip is het soms wenselijk om enkele inkepingen te maken en om de folie iets over elkaar heen te plakken.
Als eerste oppervlaktebewerking wordt het oppervlak tussen vleugelligger en vleugelneus vlak gestreken en aan de ribben gehecht. Hierbij wordt de foliebout parallel aan de ribben bewogen vanaf de vleugelligger naar de neus toe en begin bij de vleugelwortel. Werk vervolgens gelijkmatig naar de vleugeltip toe. Hecht de neuslijst nog niet vast, laat deze voorlopig nog even  vrij liggen.
Vervolg deze werkwijze nu ook bij het stuk naar de achterlijst op twee derde vanaf de vleugelwortel. Beweeg de foliebout hierbij parallel aan de vleugelligger in de richting van het losliggende deel aan de vleugeltip. Probeer altijd de foliebout over twee ribben gelijktijdig te bewegen.

Het aanstrijken van de folie gaat eerst in de lengterichting van de vleugel, daarna naar de neuslijst en vervolgens naar de achterlijst.

5.     Het bespannen van een gesloten oppervlak met ribben opbouw
Begin zoals onder 4, doch met de volgende uitzondering: begin met de foliebout op lage temperatuur vanuit het midden en daarna naar de uiteinden toe. Strijk de gehele oppervlakte bij lage temperatuur vast en herhaal dit daarna bij de midden temperatuur (ca. 130°C ). Hou de foliebout  zo vlak mogelijk aan het oppervlak opdat de folie zo gelijk mogelijk aan de ondergrond kan hechten. De afsluitende krimpfase kan et de föhn uitgevoerd worden waarbij de folie met de zachte doek, viltplaat of keukenrol op de ondergrond wordt aangedrukt.

6.     Bespannen van een gesloten oppervlak met een hartschuimkern
Daar bij de productie van hartschuimkernen stoom wordt gebruikt bevatten deze kernen nog een hoge vochtigheidsgraad als ze na de productie niet worden gedroogd (getemperd). Om productiekosten te besparen wordt dit “temperen” veelal achterwege gelaten. In de kern ontstaat bij kamertemperatuur in feite een eigen “micro klimaat” waaruit het vocht ook na lange tijd niet ontwijkt. Bij verwarming wordt door de hoge temperatuur dit “micro klimaat” verstoord waardoor het vocht in de cellen wil verdampen en daarbij druk opbouwt. Het vocht diffundeert door de celwanden heen en vormt blazen onder de folie. Hierbij kunnen ook uitgeharde schuimkorrels of bij afgedekte vleugels ook houtvezels die aan de folie kleven worden losgerukt. Indien de blazen worden doorgeprikt of anderszins worden weggewerkt kunnen deze houtvezels bij gebrek aan een lijmlaag niet weer aan de ondergrond hechten en is het bespannen in de eigenlijke zin niet weer mogelijk.
Dit probleem kan worden voorkomen door eerst een dunne speciale vochtwerende laag (bijvoorbeeld: Oracover Heisssiegelkleber) aan de brengen.
Na deze voorbereiding kan de bespanning eerst op lage temperatuur (90°C ) op de ondergrond worden aangebracht. Hierbij wordt weer in het midden begonnen om vervolgens het gehele oppervlak bij deze temperatuur te hechten. Daarna wordt het geheel op een temperatuur van 120-130°C nagestreken. Hierbij moet de foliebout weer zo gelijkmatig, vlak met rustige halen en een lichte druk over het oppervlak worden bewogen. Het krimpen van de folie kan ook met een föhn  worden uitgevoerd onder het aandrukken met een zachte doek. Let er hierbij op dat de folie niet te hoog wordt verhit daar anders ook de hartschuimkern beschadigd kan worden.

7.     Bespannen van de vleugeltip
Na het bespannen van de grote vleugelvlakken komt het lastigste deel aan de orde, het spannen van de vleugeltippen. Een vleugeltip heef een aantal tegendraads lopende rondingen waardoor de folie op sommige plakken in verschillende richtingen moet worden uitgerekt. Om dit mogelijk te maken moet op een hoge temperatuur worden gewerkt. Stel de foliebout daarvoor in op 150-200°C. Voor de moeilijkste randbogen geldt de hoogste temperatuur. Let op! Niet alle folie kan de hoogste temperatuur verdragen, maak daarom eerst een proefstukje en bepaal de hoogst mogelijke temperatuur. Zoals in de vorige hoofdstukken reeds is aangegeven is er een grote overlap gekozen voor de vleugeltip. De reden hiervoor is dat het goed vastgepakt kan worden om het met enige kracht om de tip heen te kunnen trekken. Gelijktijdig met het trekken moet het met de foliebout of de folieföhn  worden verwarmd. Bij de hoge temperaturen is het aan te raden om een isolerende (wollen)handschoen aan te trekken. Dit heeft ook nog het voordeel dat u hiermee de hete folie op de tip glad kunt strijken. Hou de bespanning strak totdat het is afgekoeld omdat de lijm dan pas aan de ondergrond is gehecht. Indien er nog vouwen zijn overgebleven kunnen deze met de folieföhn verder glad worden gemaakt. Soms is het nodig bepaalde plekken weer te verwarmen en het materiaal plaatselijk opnieuw te stretchen. Bij de meeste folies, zoals Oracover, is dit geen probleem omdat de folie meermalen opnieuw geplakt kan worden. Indien het probleem hiermee niet kan worden opgelost, moet de folie ingeknipt worden waarna de delen deels over elkaar heen kunnen worden geplakt.

8.     Het vast zetten van de neus- en eindlijst
Nadat de bespanning op de onderkant en de vleugeltip goed is vastgezet wordt de folie rondom met ongeveer een halve centimeter overmaat afgesneden. Dan wordt de folie aan de neus- en eindlijst vast gestreken. Het krimpen van de vleugel vlakken wordt voorlopig nog achterwege gelaten.

9.     De vleugelbovenkant
Bij het aanbrengen van de bespanning aan de bovenkant wordt op dezelfde wijze te werk gegaan als aan de onderkant, met die uitzondering dat aan de vleugeltippen  een nog grotere flap folie blijft zitten dan aan de onderkant. Dit is nodig om de folie met nog meer kracht om de vleugeltip te kunnen trekken. De foliebout wordt hierbij weer op 90°C gezet.

10.  Afsluitende bewerking
Nadat de bespanning op de onder en bovenkant is aangebracht volgt de laatste bewerking om het gelijkmatig en strak aan te brengen. Om vouwen weg te werken en om dit later ook te voorkomen wordt bij deze laatste bewerking de folie bij een hoge temperatuur op de ondergrond gedrukt. De foliebout wordt nu op een temperatuur van 150°C ingesteld. De werkwijze is hierbij zoals in punt 4 beschreven. Op deze hoge temperatuur wordt de plaklaag tot een hoge temperatuur verhit en gaat opnieuw smelten waardoor een intensieve verbinding met de ondergrond tot stand wordt gebracht. De ervaring heeft geleerd dat het met een eenmalige bewerking niet altijd zeker is dat de verbinding volledig tot stand wordt gebracht. Het wordt daarom aanbevolen om deze bewerking in zijn geheel twee keer uit te voeren. Indien in plaats van een foliebout  een föhn wordt gebruikt moet de folie weer met een zachte doek o.i.d. worden aangedrukt.

11.  Het bespannen van de romp
Om een romp te bespannen worden de afzonderlijke delen met een overmaat van ongeveer 1 cm uitgesneden. Leg de delen op het betreffende oppervlak. Bij een lage temperatuur (90°C) wordt eerst over de gehele lengte een strook in het midden vastgeplakt. Vervolgens wordt met gelijkmatige bewegingen en lichte druk de foliebout naar de randen bewogen, zoal in punt 4 en 5 is beschreven. Daarna wordt de overtollige folie ongeveer tor een halve centimeter over de rand afgesneden.  Daarna wordt de foliebout op een temperatuur van 150°C ingesteld en wordt het geheel aangestreken waarbij eerst de randen worden fgewerkt. Daarna worden alle vlakken gelijkmatig gestreken en alle vouwen weggewerkt.

Winkelwagen
Ik ben al klant
Gebruiker
Wachtwoord
Login
Nieuwsbrief aanmelden




Aanmelden
d5d701917ddb27304719be3df71558c3.jpg
8ab02a776ab74e48f237c3277a01101f.jpg
48591ccca47e3376eb17c881df17c137.jpeg
c0c278b3d803f7bf1f3b9f0ce9ae88ee.jpg
Best verkocht
1.  MLD Catalina PH-PBY..
2.  XT60 Male Female Bu..
3.  RC Paracopter Gold ..
4.  3D Catalina speldje..
5.  3D Catalina revers ..
RSS
Alle bedragen zijn inclusief BTW   
Powered by CCV Shop webshop software
Deze website gebruikt cookies om het bezoek te meten, we slaan geen persoonlijke gegevens op.
K.v.K 59706813 BTW : NL0875.43801.B04 COPYRIGHT © RC Modelfreak G. Sterken 2014